blog

Interview Brian Hirman en Pieter Janssens

Larissa van Haasteren

on 22/04/2021

#blog

Intracto bouwt in België en Nederland een full service digitaal bureau en hoopt dat op termijn ook in enkele andere landen te doen. In Nederland is het bedrijf nog lang niet klaar.

“We staan voor ons gevoel nog maar in de startblokken in Nederland. In België begint het geheel stilaan een concretere vorm te krijgen”, vertelt Managing Director Pieter Janssens in een vraaggesprek met deze uitgave.

Zo’n vijftien jaar geleden ging Intracto van start als één van de vele sitebouwers in die tijd. Sindsdien realiseerde het jaar op jaar een groei van rond de dertig procent. Daarnaast investeerde het al die tijd reeds in overnames om hun diensten, expertises en klantenbestand uit te breiden. Zo ontstond gaandeweg een stevig digital agency actief in strategie, creatie, content, marketing en technologie. De groei- overnametocht kwam in een versnelling door einde 2018 Waterland als investeerder aan te haken. Die helpt met de financiering van een buy & build-strategie.

In Nederland kocht het sindsdien ezCompany, Frontmen en eind september 2019 ook GUC Agency. Daarmee groeide de bedrijvengroep tot 350 collega’s in Nederland en in totaal 725 in de Benelux. Brian Hirman van GUC Agency is door Janssens aangesteld om in de regio ‘groot Amsterdam’ de puzzel van expertises verder te leggen. “Die is zeker nog niet compleet”, vertelt Hirman. “Net als in België bouwen we ook hier enkele campussen waar we talent rond strategie, creatie, content, marketing en technologie willen samenbrengen”.

Die strategie van integratie van verschillende diensten is een strategische keuze voor de Intracto Group. Dat geïntegreerde aanbod vormt een antwoord op een marktevolutie die zich afspeelt. Enerzijds moet je als bureau voldoende diepgang in de verschillende expertises aankunnen om een geloofwaardig een antwoord te bieden aan de adverteerder. Anderzijds zoekt een adverteerder steeds vaker naar een geïntegreerde aanbieder om zo zijn eigen regierol die ze vaak hebben met meerdere bureaus, te minimaliseren.

Hirman en Janssens voeren momenteel verschillende verkennende gesprekken met Nederlandse partijen. Die partijen moeten vooral een sterke aanvulling zijn op het bestaande aanbod en passen binnen de visie om strategie, creatie, content, marketing en technologie samen te brengen. “Door goede bedrijven met slimme ondernemers te spotten kunnen we ook dat ondernemerstalent samenbrengen om samen een sterk geheel te bouwen”, aldus Hirman.

De uitbouw van een sterk aanwezige Nederlandse organisatie vormt slechts één van de stapstenen die Janssens in hun expansieplan ziet. “Uiteraard dromen we over een iets groter verhaal dan een Benelux-verhaal”. Anders dan bij Dept is het vooral de doelstelling om enkel in enkele gericht gekozen landen een stevige aanwezigheid uit te bouwen. Er wordt onder andere gedacht aan Duitsland en Scandinavië.

Door het verschil in aanpak maken Hirman en Janssens zich dan ook sterk dat een samengaan met Dept nooit op de tafel zal komen. Ook al beschikken ze beiden over dezelfde investeerder. “Bij de intrede van Waterland is er samen met hen uitvoerig gesproken over de visie en strategie die we willen volgen. Daar zijn goede afspraken over gemaakt. We willen samen met hen en onze ondernemers voor dit sterke groeiverhaal gaan”, besluit Janssens.

Interview door Erwin Boogert, Emerce

Latest Articles

Bedrijven gaan onzorgvuldig om met online reputatie

Jurre Haak

#blog

Onderzoek GUC Agency toont achterstand reputatiemanagement op social media.

Reputatiemanagement op social media loopt nadrukkelijk achter op de eigen webcare. Dit blijkt uit het jaarlijkse Digital Dialogues Pulse (#DDP06)-onderzoek van GUC Agency. Op bijna de helft van de berichten, waarin een bedrijf of merk wordt besproken, wordt door het desbetreffende bedrijf of merk niet gereageerd. Het gaat hier om berichten op social media, die niet direct aan hen zijn gericht, maar die wél over het bedrijf of merk gaan. In slechte en in goede zin.

Het #DDP06-onderzoek toont aan, dat slechts op 55% van de reputatiemanagement-berichten wordt gereageerd. Dit staat in schril contrast met de 82%, die voor webcare-berichten, geplaatst op de eigen kanalen, wordt genoteerd. In 45% van de gevallen laten bedrijven of merken een reactie achterwege. Dit niet-reageren kan grote gevolgen hebben voor de reputatie van een bedrijf of merk. “Reputatie is wat mensen over je zeggen achter je rug om”, aldus reputatiemanagement-deskundige Paul Stamsnijder. “Webcare is niet alleen belangrijk om te monitoren wat het sentiment is, maar ook om je merk menselijk, authentiek en empatisch neer te zetten. Zonder webcare sorteer je voor op reputatieschade. Oliedom, dat daar zo weinig in wordt geïnvesteerd”.

Het lage reactiepercentage voor reputatiemanagement is vooral toe te schrijven aan het medium Twitter. Op 60% van de berichten, waarin een merknaam wordt genoemd, maar niet wordt gementioned (@), wordt niet gereageerd door het merk. Opvallend, omdat uit Amerikaans onderzoek naar voren komt, dat slechts 3% van de consumenten een @mention gebruikt bij klachten op Twitter. In 97% van de gevallen wordt er dus via Twitter geklaagd over een merk, zonder zich direct tot het merk te richten.

Uit het #DDP06-onderzoek kan de conclusie getrokken worden, dat bedrijven en merken zich anno 2019 nog steeds onvoldoende bezighouden met wat er zich buiten de eigen kanalen afspeelt en daar geen prioriteit aan geeft.

De onderzochte organisaties, die wél aan reputatiemanagement op social media doen, lijken het goed op orde te hebben. Berichten, waarin over het bedrijf of merk wordt gesproken zonder dat die berichten direct aan hen gericht zijn, worden namelijk een half uur sneller beantwoord dan webcare-berichten, die dat wel zijn. Openbaar vervoerders bijvoorbeeld hebben de snelheid er goed inzitten. Telecom heeft daarentegen vrijwel alleen aandacht voor de eigen webcare. Bouwmarkten laten reputatiemanagement zelfs volledig links liggen.


Resultaten Digital Dialogues Pulse #06

Dienstverleners komen ook dit jaar weer als winnaars uit de bus. Zij reageren op vrijwel alle berichten, die over hen gaan. Met name banken reageren veel en snel. Fast movering consumer goods reageren het minst en het langzaamst. Openbaar vervoerders lopen bij uitstek voorop als het om reactiesnelheid gaat. Dit lijkt helaas wel ten koste te gaan van de inhoudelijkheid van de reacties. Woonwinkels blinken juist uit in inhoudelijkheid en menselijk geluid. Als het aankomt op taal, scoren bouwmarkten, telecom en energiemaatschappijen een krappe voldoende. Supermarkten weten daarentegen wel hoe zij een boodschap moeten schrijven: zij maken zelden fouten in spelling en grammatica.

Op basis van alle onderzoekscriteria – reactiepercentage, inhoudelijkheid, reactiesnelheid, menselijk geluid en grammatica – zijn het banken die de hoogste notering behalen. Sausmerken en sportscholen scoren overall een onvoldoende en kunnen dus nog veel leren van dienstverlenend Nederland.

Winnaars #DDP06-onderzoek

Automotive
Kia
Banken
Knab
Bouwmarkten
Karwei
Drogisterijen
Kruidvat
E-commerce
Bol.com
Energie
Oxxio
Openbaar vervoer
Arriva
Sauzen
Heinz
Sportscholen
Hart for her
Supermarkten
PLUS
Telecom
Vodafone
Vakantie-aanbieders D-reizen
Verzekeraars
Zilveren Kruis
Wonen
Leen Bakker


Over Digital Dialogues Pulse

Het #DDP06-onderzoek is de zesde editie van het jaarlijkse Digital Dialogues Pulse-onderzoek naar webcaregedrag op Facebook en Twitter. Het onderzoek wordt uitgevoerd door GUC Agency in samenwerking met Dr. Lotte Willemsen (Hogeschool Rotterdam) en Dr. Charlotte van Hooijdonk (Vrije Universiteit Amsterdam). Dit jaar zijn er bijna 100 organisaties in 14 branches onderzocht door hen representatieve klachten, vragen en complimenten te sturen. Het onderzoek biedt daarmee een uniek en volledig up-to-date beeld van het Nederlandse webcare-landschap.

Een toelichting op het onderzoek vind je hier.

Bekijk hier de infographic.

Oranje Leeuwen commercieel interessanter dan Leeuwinnen

Larissa van Haasteren

#blog

GUC Agency heeft een representatief onderzoek laten uitvoeren onder ruim 1.000 consumenten en 200 marketeers naar hun verwachtingen en eventuele plannen met betrekking tot het WK voetbal voor vrouwen dit jaar en het EK voetbal voor mannen volgend jaar.

Verwachtingen: de vrouwen

Allereerst de vraag: welke merken passen nu écht bij de Oranje Leeuwinnen? Het zijn de ‘usual suspects’: ING, Heineken en Bavaria, Albert Heijn en Jumbo. Opmerkelijk is, dat daarnaast ook spontaan merken van (vrouwelijke) verzorgingsproducten worden genoemd: Nivea, Andrélon, Fa, Libresse. En de retail-ketens, waar deze merken worden verkocht, zoals Douglas en ICI PARIS XL. Opmerkelijk is, dat bij de winkelketens KNVB-‘licentiepartner’ Blokker niet spontaan wordt genoemd. Hetzelfde geldt voor KNVB-‘domeinpartner’ Coca-Cola. Voor de vraag van wie men acties verwacht, werden de ondervraagden geholpen met een lijst met 10 mogelijk inhakende merken. Albert Heijn, Jumbo en Coca-Cola vormen dan de top drie.

Verwachtingen: de mannen

Wat betreft de Oranjemannen: bijna 75% verwacht Oranje-acties rond EURO 2020. Het antwoord op de vraag welk merk dan het beste past bij de Oranjemannen is zeer eenduidig: Heineken. ING en Albert Heijn worden ook genoemd, maar het is toch vooral biermerk Heineken, dat men spontaan koppelt aan Oranje. Gezien die spontane koppeling is het ook logisch, dat de ondervraagden – geconfronteerd met een lijstje van 10 merken, waarvan men inhaakacties verwacht – ook hier Heineken op de eerste plaats zet. Op afstand gevolgd door Albert Heijn, Jumbo en biermerk Bavaria. Bier en mannenvoetbal: het is nog steeds een betonnen combinatie.

Marketeers

Wat zijn de verwachtingen van de 200 ondervraagde marketeers als het om Oranje-acties gaat? Voor het WK vrouwen wordt Nike door hen het meest spontaan genoemd als merk, dat promotionele acties zou kunnen gaan ontwikkelen. Heineken en ING staan ex aequo op twee en drie. Op de vierde plaats: Adidas. Marketeers noemen dus spontaan sportmerken op, terwijl supermarkten als Albert Heijn en Jumbo amper worden genoemd. Worden deze supermarktmerken geholpen aan marketeers voorgelegd, dan scoren ze hoog zowel bij het WK vrouwen als bij het EK mannen. Heineken wordt overigens verreweg het meest genoemd als potentiële actievoerder rond het mannen-EK, met Coca-Cola op de tweede plaats. De marketeers zetten dit frisdrankmerk bij het WK-vrouwen op de eerste plaats. Bier dus bij de mannen, cola bij de vrouwen. Wanneer de verwachtingen van de marketeers vergeleken worden met die van de consumenten, dan bestaat bij het WK vrouwen de top drie bij beide groepen uit Coca-Cola, Albert Heijn en Jumbo. Met dit verschil, dat bij de marketeers Coca-Cola op één staat en bij de consumenten Albert Heijn. Voor het EK mannen hebben zowel de marketeers als de consumenten de hoogste inhaakverwachtingen van Heineken. Bij de marketeers staan daarna Coca-Cola en Bavaria op de plaatsen twee en drie, terwijl consumenten dat met Albert Heijn en Jumbo doen.

Leeuwen interessanter dan Leeuwinnen

Ten slotte: hebben de marketeers inmiddels plannen met Oranje? Of is er al actie ondernomen? Bij 30% van de bedrijven is nagedacht of men aandacht zou gaan schenken aan het WK vrouwen. Uiteindelijk is in 10% van de bedrijven ook daadwerkelijk besloten om iets commercieels rondom het WK vrouwen te organiseren. Met betrekking tot EURO 2020 acht een kleine 40% van de marketeers het waarschijnlijk, dat er serieus nagedacht gaat worden over Oranje-acties. En als er dan ingehaakt gaat worden, vindt 15% van de bedrijven het WK vrouwen het meest interessant als mogelijkheid om een actie aan op te hangen, terwijl 37% dat van het EK mannen vindt.